Direct naar de inhoud

    Begrippenlijst

    De woorden die we gebruiken als we over impact praten. Met wat ze betekenen en welke woorden ze vervangen.

    52 begrippen

    actietheorieEngels: theory of action
    Wat jij en je team doen om de verandering op gang te brengen. De verandertheorie zegt wat er verandert. De actietheorie zegt wat jullie daarvoor doen.

    Niet te verwarren met

    • verandertheorie. De verandertheorie zegt wat er verandert en waarom. De actietheorie zegt wat jullie daarvoor doen.
    Niet: werkplan, als je de aanpak bedoelt
    activismeEngels: activism
    In het openbaar actie voeren voor verandering, zoals met een demonstratie of een campagne. Het zet druk van buitenaf.
    Voorbeeld: Een petitie en een manifestatie op het plein voor het gemeentehuis.

    Niet te verwarren met

    • lobby. Activisme zet in het openbaar druk van buitenaf. Lobby werkt van binnenuit, in gesprek met beslissers, en meestal buiten het zicht.
    • belangenbehartiging. Belangenbehartiging spreekt voor een groep zonder eigen stem, vaak via beleid en onderzoek. Activisme kiest de publieke actie en zoekt soms bewust de confrontatie.
    Niet: relschoppen
    bandbreedteEngels: range
    De laagste en de hoogste waarde waartussen een getal waarschijnlijk ligt. Je noemt allebei.

    Niet te verwarren met

    • foutmarge. Een foutmarge is een statistische maat rond een steekproef. Een bandbreedte noemt de laagste en hoogste waarde, ook als het getal niet uit een steekproef komt.
    Niet: foutmarge zonder getal
    Zie ook: schatting
    belangenbehartigingEngels: advocacy
    Opkomen voor een groep die zelf weinig stem heeft, zoals kinderen of toekomstige generaties. Je recht om te spreken komt uit de zaak, niet uit een achterban.
    Voorbeeld: Met bewoners een rapport maken over hun woonsituatie en dat aan de gemeenteraad geven.

    Niet te verwarren met

    • lobby. Bij lobby spreek je namens je eigen leden of organisatie. Bij belangenbehartiging spreek je voor een groep die zelf weinig stem heeft. Je recht om te spreken komt dan uit de zaak.
    • activisme. Belangenbehartiging spreekt voor een groep zonder eigen stem, vaak via beleid en onderzoek. Activisme kiest de publieke actie en zoekt soms bewust de confrontatie.
    Niet: advocacy (in een Nederlandse tekst), lobby (als het om mensen zonder eigen stem gaat)
    Zie ook: rechthebbenden, belanghebbenden
    belanghebbendenEngels: stakeholders
    Wie belang heeft bij je werk of er invloed op heeft. Denk aan financiers, partners, overheden en je eigen team.

    Niet te verwarren met

    • rechthebbenden. Rechthebbenden zijn de mensen om wie het gaat: hun rechten en hun leven staan op het spel. Belanghebbenden hebben een belang of invloed, zoals een financier. Het zijn twee aparte soorten: wie een recht heeft, maak je niet kleiner tot iemand met een belang.
    • plichtdragers. Een belanghebbende heeft een belang bij je werk. Een plichtdrager heeft een plicht tegenover rechthebbenden, ook als hij er geen belang bij heeft.
    Niet: stakeholders (in een Nederlandse tekst)
    Zie ook: financiers
    BetrekkenEngels: Engagement · Engage
    Vertel helder wat je doet, leert en nog niet weet.
    Niet: andere vertalingen
    Zie ook: perspectief
    bijdrageEngels: contribution
    Het deel van een verandering dat je aannemelijk maakt, naast wat anderen deden. Zo claim je niet alles voor jezelf.

    Niet te verwarren met

    • effect. Effect is de verandering zelf. Bijdrage is het deel ervan dat je aannemelijk aan je eigen werk toeschrijft.
    • attributie. Attributie claimt dat een verandering door jou komt en vraagt om bewijs dat andere oorzaken uitsluit. Bijdrage zegt dat je werk een aannemelijk deel had, naast wat anderen deden.
    Niet: attributie, als je het niet kunt aantonen
    brede welvaartEngels: broad wellbeing
    Alles wat het leven de moeite waard maakt, niet alleen inkomen. Denk aan gezondheid, wonen, natuur en veiligheid, voor nu, voor later en voor elders.
    Voorbeeld: Een gemeente die naast banen ook eenzaamheid en groen in de wijk volgt.

    Niet te verwarren met

    • bbp. Het bbp meet wat een land produceert. Brede welvaart kijkt ook naar gezondheid, natuur, sociale banden en wat we doorschuiven naar later en naar elders.
    • donuteconomie. De donut stelt grenzen: wat mensen minimaal nodig hebben en wat de aarde maximaal aankan. Brede welvaart meet hoe het met ons welzijn gaat, nu, later en elders.
    Niet: welvaart, als je alleen geld bedoelt
    Bron: CBS, Monitor Brede Welvaart
    Zie ook: sociale en solidaire economie
    citaatEngels: quote
    Wat iemand letterlijk zei of schreef, met de bron en de plek waar het staat. Zo kan een ander het terugvinden.

    Niet te verwarren met

    • verhaal. Een citaat is een letterlijk stuk uit een bron, met de plek waar het staat. Een verhaal vertelt een hele verandering en kan citaten bevatten.
    • testimonial. Een testimonial is gekozen om te overtuigen. Een citaat laat zien wat iemand zei, ook als het niet goed uitkomt.
    Niet: quote, testimonial
    Zie ook: stem, toestemming, transparantie
    commonsEngels: commons
    Iets wat een gemeenschap samen beheert en deelt, met eigen afspraken over het gebruik. Denk aan een buurttuin, een energienet of open kennis.
    Voorbeeld: Een moestuin in de wijk waar bewoners samen bepalen wie wanneer oogst.

    Niet te verwarren met

    • publiek goed. Een publiek goed beheert de overheid voor alle inwoners. Een commons beheert een gemeenschap zelf, met eigen regels over wie het mag gebruiken en hoe.
    • coöperatie. Een coöperatie is een onderneming met leden. Een commons is een gedeelde bron, zoals grond, water of kennis, met afspraken over het gebruik. Een coöperatie kan een commons beheren, maar is het niet.
    Niet: gratis voor iedereen
    Bron: Elinor Ostrom, Nobelprijs voor economie 2009
    Zie ook: sociale en solidaire economie
    coöperatieEngels: cooperative
    Een onderneming die van haar leden is. De leden beslissen samen en de opbrengst dient wat zij nodig hebben.
    Voorbeeld: Buurtbewoners die samen zonnepanelen op een school leggen en de stroom delen.

    Niet te verwarren met

    • sociaal ondernemerschap. Een coöperatie is van haar leden, die samen beslissen. Een sociale onderneming heeft een maatschappelijk doel, maar kan gewoon één eigenaar hebben.
    • commons. Een coöperatie is een onderneming met leden. Een commons is een gedeelde bron, zoals grond, water of kennis, met afspraken over het gebruik. Een coöperatie kan een commons beheren, maar is het niet.
    Niet: bedrijf met aandeelhouders
    Bron: International Cooperative Alliance, de coöperatieve identiteit
    Zie ook: sociale en solidaire economie
    deelnemersEngels: participants
    De mensen die meedoen aan je programma of project. Ze doen mee en ontvangen niet alleen.

    Niet te verwarren met

    • rechthebbenden. Deelnemers doen mee aan je programma. Rechthebbenden zijn een bredere groep: ook wie niet meedoet maar wel geraakt wordt, hoort erbij.
    Niet: cliënten, begunstigden, beneficiaries
    doelstellingEngels: objective
    Een concreet punt dat je wilt halen, met een waarde en een datum. Zo weet je later of je het haalde.
    Voorbeeld: Eind volgend jaar heeft de helft van de deelnemers werk.

    Niet te verwarren met

    • doel. Een doel geeft de richting: waarom je dit doet. Een doelstelling maakt een stap op die weg meetbaar, met een waarde en een termijn.
    • indicator. Een indicator zegt wat je volgt. Een doelstelling zegt welke waarde je op die indicator wilt halen, en wanneer.
    Niet: doel, als je iets meetbaars bedoelt
    Zie ook: impactraamwerk
    donuteconomieEngels: doughnut economics
    Een model van Kate Raworth: een ring tussen een sociale ondergrens en een ecologisch plafond. Daartussen kunnen mensen goed leven binnen wat de aarde aankan.
    Voorbeeld: Amsterdam gebruikt de donut sinds 2020 om beleid te toetsen.

    Niet te verwarren met

    • brede welvaart. De donut stelt grenzen: wat mensen minimaal nodig hebben en wat de aarde maximaal aankan. Brede welvaart meet hoe het met ons welzijn gaat, nu, later en elders.
    Niet: groeimodel
    Bron: Doughnut Economics Action Lab
    Zie ook: regeneratieve economie
    duidenEngels: sense-making
    Het proces van betekenis geven aan cijfers en verhalen, met of zonder maatstaf. Je doet het samen met rechthebbenden en belanghebbenden, en het helpt je kiezen wat je nu doet.

    Niet te verwarren met

    • evaluatie. Een evaluatie weegt een meting altijd tegen een maatstaf, ook als niemand die uitspreekt. Duiden is het bredere proces van betekenis geven, en dat kan ook zonder maatstaf.
    Niet: evalueren, als je samen betekenis geeft
    Zie ook: rechthebbenden, belanghebbenden
    effectEngels: impact
    De blijvende verandering op langere termijn, waar je werk aan bijdraagt. Het is groter dan een uitkomst.
    Voorbeeld: Na een paar jaar is langdurige werkloosheid in de wijk gedaald, mede door de trainingen.

    Niet te verwarren met

    • uitkomst. Een uitkomst is de verandering bij de mensen met wie je werkte, op korte of middellange termijn. Effect is de blijvende verandering daarna, vaak breder dan je eigen groep, waaraan je werk bijdraagt.
    • bijdrage. Effect is de verandering zelf. Bijdrage is het deel ervan dat je aannemelijk aan je eigen werk toeschrijft.
    Niet: impact voor elke uitkomst
    evaluatieEngels: evaluation
    Een meting in haar context plaatsen en wegen tegen een maatstaf, uitgesproken of niet. Je kunt terugkijken (wat werkte, voor wie en waarom?) en vooruitkijken (wat mogen we verwachten?).

    Niet te verwarren met

    • monitoring. Monitoring volgt doorlopend wát er gebeurt. Een evaluatie plaatst metingen op een gekozen moment in hun context en weegt ze tegen een maatstaf.
    • meting. Een meting stelt vast hoe iets ervoor staat. Een evaluatie gebruikt metingen en andere bronnen om te begrijpen wat werkte, voor wie en waarom.
    • duiden. Een evaluatie weegt een meting altijd tegen een maatstaf, ook als niemand die uitspreekt. Duiden is het bredere proces van betekenis geven, en dat kan ook zonder maatstaf.
    Niet: afrekening
    Zie ook: bijdrage
    financiersEngels: funders
    Wie geld in je werk steekt: fondsen, overheden, investeerders, banken en bedrijven. Financieren is een rol: een financier is een belanghebbende, of een plichtdrager zoals de overheid.

    Niet te verwarren met

    • fondsen. Fondsen zijn een kleine groep financiers, meestal stichtingen met eigen geld. Zeg fondsen alleen als je die groep bedoelt.
    Niet: fondsen, als je alle geldgevers bedoelt
    Zie ook: belanghebbenden
    impactmanagementEngels: impact management
    Bewust werken aan het effect van je werk op mensen en hun omgeving. Je meet het, je stuurt erop en je vertelt erover.
    Niet: Impact Management
    Zie ook: effect, verandertheorie, perspectief
    impactraamwerkEngels: impact framework
    Je eigen kaart van wat je wilt bereiken en hoe je dat volgt. Met je doelen, je verandertheorie en je indicatoren.

    Niet te verwarren met

    • verandertheorie. De verandertheorie is de redenering: wat leidt tot wat. Het impactraamwerk is je werkkaart: doelen, verandertheorie en indicatoren bij elkaar, zodat je kunt volgen hoe het gaat.
    Niet: impactmodel zonder uitleg
    Zie ook: indicator
    indicatorEngels: indicator
    Een teken waaraan je ziet of een verandering gebeurt. Bijvoorbeeld het aantal mensen dat een baan vindt.

    Niet te verwarren met

    • maatstaf. Een indicator zegt waaraan je een verandering ziet. Een maatstaf zegt hoe je die uitdrukt: een aantal, een percentage of een score op een schaal.
    • doelstelling. Een indicator zegt wat je volgt. Een doelstelling zegt welke waarde je op die indicator wilt halen, en wanneer.
    Niet: KPI, dat woord gebruiken we niet
    Zie ook: meting, uitkomst
    lobbyEngels: lobbying
    Rechtstreeks praten met beslissers, zoals politici of ambtenaren, om een besluit te beïnvloeden.
    Voorbeeld: Je spreekt een wethouder over de regels voor sociale inkoop.

    Niet te verwarren met

    • belangenbehartiging. Bij lobby spreek je namens je eigen leden of organisatie. Bij belangenbehartiging spreek je voor een groep die zelf weinig stem heeft. Je recht om te spreken komt dan uit de zaak.
    • activisme. Activisme zet in het openbaar druk van buitenaf. Lobby werkt van binnenuit, in gesprek met beslissers, en meestal buiten het zicht.
    Niet: achterkamertjes, als het open gebeurt
    Bron: OESO, aanbeveling over transparantie en integriteit bij lobbyen (2010)
    metingEngels: measurement
    Een vaststelling met een methode, een moment en een bron. Zo kan iemand anders hem herhalen.

    Niet te verwarren met

    • evaluatie. Een meting stelt vast hoe iets ervoor staat. Een evaluatie gebruikt metingen en andere bronnen om te begrijpen wat werkte, voor wie en waarom.
    • schatting. Een meting rust op waarneming, een schatting op redenering. Zeg bij elk getal welke van de twee het is.
    • nulmeting. De nulmeting is de eerste meting, vóór je werk begint. Elke latere meting vergelijk je ermee.
    • monitoring. Een meting stelt één keer vast hoe iets ervoor staat. Monitoring is meten in een vast ritme, zodat je ziet hoe iets zich ontwikkelt en op tijd kunt bijsturen.
    Niet: monitoring, als je één keer meet
    Zie ook: bandbreedte
    monitoringEngels: monitoring
    Meten in een vast ritme, zoals elk kwartaal, met dezelfde indicatoren. Zo zie je hoe het gaat terwijl je werk loopt.
    Voorbeeld: Elk kwartaal tel je hoeveel deelnemers solliciteren en hoeveel werk vinden.

    Niet te verwarren met

    • meting. Een meting stelt één keer vast hoe iets ervoor staat. Monitoring is meten in een vast ritme, zodat je ziet hoe iets zich ontwikkelt en op tijd kunt bijsturen.
    • evaluatie. Monitoring volgt doorlopend wát er gebeurt. Een evaluatie plaatst metingen op een gekozen moment in hun context en weegt ze tegen een maatstaf.
    Niet: monitoren, in een tekst voor deelnemers: zeg volgen
    Zie ook: indicator
    narratiefEngels: narrative
    Het systeem van betekenis waarin verhalen passen. Het zijn de patronen en aannames die bepalen welke verhalen we vertellen en hoe we ze lezen.
    Voorbeeld: Het idee dat werk vinden begint bij vertrouwen kleurt hoe je het verhaal van elke deelnemer leest.

    Niet te verwarren met

    • verhaal. Een narratief is een systeem: het werkt door in veel verhalen tegelijk en bepaalt hoe we ze lezen. Een verhaal is één geval. Het hangt af van de weg die het ging: wie het vertelt, wanneer en wat eraan voorafging.
    Niet: verhaal, als je het systeem bedoelt
    nulmetingEngels: baseline
    De eerste meting, voordat je werk begint. Zonder dit vertrekpunt kun je later geen verandering laten zien.

    Niet te verwarren met

    • meting. De nulmeting is de eerste meting, vóór je werk begint. Elke latere meting vergelijk je ermee.
    Niet: 0-meting, baseline (in een Nederlandse tekst)
    Zie ook: indicator
    open dataEngels: open data
    Gegevens die je mag gebruiken, veranderen en delen, voor elk doel. Er hoort een open licentie bij en een vorm die een computer kan lezen.

    Niet te verwarren met

    • publieke data. Open data mag je hergebruiken voor elk doel. Publieke data mag je alleen inzien, tenzij een licentie meer toestaat.
    Niet: openbaar, gratis te downloaden
    outputEngels: output
    Wat je maakt of levert, zoals trainingen, bijeenkomsten of een rapport. Je kunt het tellen, maar het zegt nog niet wat het voor mensen betekent.
    Voorbeeld: Je geeft twaalf sollicitatietrainingen in de wijk.

    Niet te verwarren met

    • outtake. Output is wat jij levert. Een outtake is wat mensen daarvan meenemen: wat ze opmerken, begrijpen, onthouden of van plan zijn.
    • uitkomst. Output is wat jij deed. Een uitkomst is wat er daardoor voor mensen veranderde. Veel output zegt nog niets over de uitkomst.
    Niet: effect, als je alleen telt wat je deed
    Zie ook: effect, verandertheorie
    outtakeEngels: outtake
    Wat mensen meenemen uit je output: wat ze opmerken, begrijpen, onthouden of van plan zijn. De stap komt uit het meten van communicatie en wordt vaak overgeslagen.
    Voorbeeld: Na de training weten deelnemers hoe ze een sterke brief schrijven, en ze willen solliciteren.

    Niet te verwarren met

    • output. Output is wat jij levert. Een outtake is wat mensen daarvan meenemen: wat ze opmerken, begrijpen, onthouden of van plan zijn.
    • uitkomst. Een outtake zit in het hoofd: weten, vinden, willen. Een uitkomst zie je aan iemands gedrag of situatie: ze solliciteren, of ze hebben werk.
    Niet: bereik, als je bedoelt wat mensen ervan meenemen
    Bron: AMEC, raamwerk voor het evalueren van communicatie
    Zie ook: effect
    perspectiefEngels: perspective
    Een van de vijf redenen om met impact te werken: verkennen, sturen, verbeteren, betrekken en verantwoorden. Elk perspectief heeft een eigen kleur.
    Niet: pijler, pillar
    Zie ook: Verkenning, Sturing, Verbetering, Betrekken, Verantwoording
    plan een gesprekEngels: book a call
    Zo nodigen we je uit voor contact. Het is een gesprek over je vraag en geen verkooppraatje.
    Niet: vraag een demo aan
    Zie ook: samen met je
    plichtdragersEngels: duty-bearers
    Wie de plicht heeft om rechten te respecteren, te beschermen of waar te maken. De overheid heeft die plicht, een onderneming de verantwoordelijkheid.

    Niet te verwarren met

    • belanghebbenden. Een belanghebbende heeft een belang bij je werk. Een plichtdrager heeft een plicht tegenover rechthebbenden, ook als hij er geen belang bij heeft.
    Niet: verantwoordelijken, duty bearers
    Bron: VN, UNGP (2011)
    Zie ook: rechthebbenden
    publieke dataEngels: public data
    Gegevens die je mag inzien, vaak van of over de overheid. Dat zegt nog niet dat je ze mag kopiëren, veranderen of delen.

    Niet te verwarren met

    • open data. Publieke data mag je inzien. Open data mag je ook gebruiken, veranderen en delen, omdat er een open licentie bij hoort.
    Niet: open data, als je ze niet mag hergebruiken
    rechthebbendenEngels: rights-holders
    De mensen om wie het gaat. Je werk raakt hun rechten en hun leven, dus ze hebben recht op een eigen stem.

    Niet te verwarren met

    • belanghebbenden. Rechthebbenden zijn de mensen om wie het gaat: hun rechten en hun leven staan op het spel. Belanghebbenden hebben een belang of invloed, zoals een financier. Het zijn twee aparte soorten: wie een recht heeft, maak je niet kleiner tot iemand met een belang.
    • deelnemers. Deelnemers doen mee aan je programma. Rechthebbenden zijn een bredere groep: ook wie niet meedoet maar wel geraakt wordt, hoort erbij.
    Niet: doelgroep, target group
    regeneratieve economieEngels: regenerative economy
    Een economie die herstelt wat ze gebruikt. Natuur, gemeenschappen en relaties komen er sterker uit dan ze erin gingen.
    Voorbeeld: Een boer die zo werkt dat de bodem elk jaar gezonder wordt en de opbrengst blijft.

    Niet te verwarren met

    • circulaire economie. Een circulaire economie sluit kringlopen van materialen en vermindert verspilling. Een regeneratieve economie wil verder: ze herstelt natuur en gemeenschap, in plaats van alleen minder schade te doen.
    Niet: duurzaam, als je herstel bedoelt
    Bron: Capital Institute, acht principes van een regeneratieve economie
    Zie ook: donuteconomie, brede welvaart
    samen met jeEngels: together with you
    Hoe Narrate werkt: met je en niet voor je. Jij houdt de regie en Narrate brengt het vak.
    Niet: ontzorgen, done for you
    Zie ook: plan een gesprek
    schattingEngels: estimate
    Een getal dat je beredeneert en niet meet. Zeg erbij waar het op rust en hoe zeker het is.

    Niet te verwarren met

    • meting. Een meting rust op waarneming, een schatting op redenering. Zeg bij elk getal welke van de twee het is.
    Niet: feit, als het een schatting is
    Zie ook: bandbreedte
    sociaal ondernemerschapEngels: social entrepreneurship
    Een bedrijf runnen met een maatschappelijk doel als hoofdzaak. Winst is een middel om dat doel te halen, geen doel op zich.
    Voorbeeld: Een koffiebar die mensen met afstand tot werk opleidt en daarvoor de omzet gebruikt.

    Niet te verwarren met

    • sociale en solidaire economie. Een sociale onderneming is één vorm binnen de sociale en solidaire economie. Die economie is breder: er horen ook coöperaties, verenigingen en stichtingen bij, en ze vraagt om democratisch bestuur.
    • maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat over hoe een gewoon bedrijf zijn werk netjes doet. Bij sociaal ondernemerschap is het maatschappelijke doel de reden dat het bedrijf bestaat.
    • coöperatie. Een coöperatie is van haar leden, die samen beslissen. Een sociale onderneming heeft een maatschappelijk doel, maar kan gewoon één eigenaar hebben.
    Niet: goed doel, als het een bedrijf is
    Bron: Social Enterprise NL
    sociale en solidaire economieEngels: social and solidarity economy
    Organisaties die economisch werken voor mensen en planeet, niet voor winst voor aandeelhouders. Ze werken samen, besturen democratisch en stoppen winst terug in hun doel.
    Voorbeeld: Een energiecoöperatie, een zorgcoöperatie van buurtbewoners en een kringloopwinkel die mensen werk biedt.

    Niet te verwarren met

    • sociaal ondernemerschap. Een sociale onderneming is één vorm binnen de sociale en solidaire economie. Die economie is breder: er horen ook coöperaties, verenigingen en stichtingen bij, en ze vraagt om democratisch bestuur.
    Niet: sociale economie, als je alleen sociale werkplaatsen bedoelt
    Bron: ILO, resolutie over waardig werk en de sociale en solidaire economie (2022); ook overgenomen door de VN in 2023
    Zie ook: coöperatie, commons, brede welvaart
    SpoedEngels: rapid response
    Onze dienst voor als het niet kan wachten, voor elke groep. Binnen een week heb je resultaat. Kort adres: /spoed.
    Niet: snelle hulp, crisisondersteuning
    stemEngels: voice
    Wie er spreekt in een verhaal, en hoe het verhaal is verteld: zelf, samen of door een ander. Het gaat om de rol van iemand, niet om de naam.
    Voorbeeld: Een deelnemer, samen verteld, met een pseudoniem.

    Niet te verwarren met

    • mening. Een mening is wat iemand vindt. De stem zegt wie er spreekt en vanuit welke rol, ook als er geen mening in het verhaal staat.
    Niet: de klant zegt, de doelgroep vindt
    Zie ook: verhaal, citaat, rechthebbenden
    Sturing · StuurEngels: Leadership · Lead
    Kies gerichte ingrepen en volg welk effect ze in de praktijk hebben.
    Niet: andere vertalingen
    Zie ook: perspectief
    taalniveau B1Engels: plain language (B1)
    Een taalniveau voor gewone lezers, zonder vakkennis. Korte zinnen, gewone woorden en één boodschap per zin.
    Niet: jip-en-janneketaal
    Zie ook: verhaal
    Teams en werkwijzenEngels: teams and workflows
    Onze dienst om een impactteam op te bouwen. We spreken af wie wat doet, in welk ritme, hoe je werk overdraagt en met welke tools.
    Niet: team and player workflow development, procesontwerp
    Zie ook: impactmanagement
    toestemmingEngels: consent
    De afspraak met wie vertelt: waar het verhaal mag verschijnen, met of zonder naam, en hoe lang. De verteller kan de toestemming altijd intrekken.
    Voorbeeld: Wel in het rapport aan de financier, niet op de website, en zonder naam.

    Niet te verwarren met

    • privacyverklaring. Een privacyverklaring legt uit wat je met gegevens doet. Toestemming is de keuze van één verteller voor één verhaal, per kanaal, en die kan veranderen.
    Niet: akkoord, vinkje
    Zie ook: verhaal, citaat, rechthebbenden
    transparantieEngels: transparency
    Laten zien hoe je tot een uitspraak komt: welke bron, welke methode en hoe zeker je bent. Zo kan een ander je claim controleren.
    Voorbeeld: Naast het cijfer staan de bron, de rekenwijze en de bandbreedte.

    Niet te verwarren met

    • openbaar. Openbaar betekent dat elke lezer erbij kan. Transparant betekent dat je kunt nagaan hoe het tot stand kwam. Een rapport kan openbaar zijn zonder transparant te zijn, en andersom.
    Niet: openheid, als je alleen publiceert
    Zie ook: meting, bandbreedte, Verantwoording
    uitkomstEngels: outcome
    Wat er voor mensen verandert door je werk, zoals meer vertrouwen of een baan. Niet wat je deed, maar wat het opleverde.
    Voorbeeld: Een half jaar later solliciteren deelnemers vaker, en een deel van hen heeft werk.

    Niet te verwarren met

    • outtake. Een outtake zit in het hoofd: weten, vinden, willen. Een uitkomst zie je aan iemands gedrag of situatie: ze solliciteren, of ze hebben werk.
    • output. Output is wat jij deed. Een uitkomst is wat er daardoor voor mensen veranderde. Veel output zegt nog niets over de uitkomst.
    • effect. Een uitkomst is de verandering bij de mensen met wie je werkte, op korte of middellange termijn. Effect is de blijvende verandering daarna, vaak breder dan je eigen groep, waaraan je werk bijdraagt.
    Niet: resultaat, als je een uitkomst bedoelt
    Zie ook: verandertheorie
    verandertheorieEngels: theory of change
    Hoe je werk stap voor stap tot verandering leidt. Van wat je doet naar wat het oplevert, en voor wie.

    Niet te verwarren met

    • actietheorie. De verandertheorie zegt wat er verandert en waarom. De actietheorie zegt wat jullie daarvoor doen.
    • impactraamwerk. De verandertheorie is de redenering: wat leidt tot wat. Het impactraamwerk is je werkkaart: doelen, verandertheorie en indicatoren bij elkaar, zodat je kunt volgen hoe het gaat.
    Niet: ToC zonder uitleg
    Zie ook: uitkomst, effect
    Verantwoording · VerantwoordEngels: Accountability · Account
    Laat zien waar cijfers en uitspraken vandaan komen en wat ze wel of niet bewijzen.
    Niet: andere vertalingen
    Zie ook: perspectief
    Verbetering · VerbeterEngels: Improvement · Improve
    Begrijp wat werkt, wat niet werkt en waarom, en stel je aanpak samen bij.
    Niet: andere vertalingen
    Zie ook: perspectief
    verhaalEngels: story
    Eén geval van wat er gebeurde, verteld door of met de mensen om wie het gaat. Met een begin, een verandering en een bron. Hoe het loopt, hangt af van wat eraan voorafging.

    Niet te verwarren met

    • narratief. Een narratief is een systeem: het werkt door in veel verhalen tegelijk en bepaalt hoe we ze lezen. Een verhaal is één geval. Het hangt af van de weg die het ging: wie het vertelt, wanneer en wat eraan voorafging.
    • citaat. Een citaat is een letterlijk stuk uit een bron, met de plek waar het staat. Een verhaal vertelt een hele verandering en kan citaten bevatten.
    Niet: content
    Zie ook: rechthebbenden, stem, toestemming
    Verkenning · VerkenEngels: Discovery · Discover
    Ontdek verbanden, patronen en perspectieven die nieuwe vragen oproepen.
    Niet: andere vertalingen
    Zie ook: perspectief

    Woorden die we vermijden

    Bij elk begrip staat welk woord het vervangt. Hier staan alle woorden die we liever niet gebruiken bij elkaar, met wat we wel zeggen.

    • Bij onze begrippen 47 woorden
      Niet: Impact Management
      Wel: impactmanagement
      Niet: doelgroep, target group
      Wel: rechthebbenden
      Niet: stakeholders (in een Nederlandse tekst)
      Wel: belanghebbenden
      Niet: fondsen, als je alle geldgevers bedoelt
      Wel: financiers
      Niet: verantwoordelijken, duty bearers
      Wel: plichtdragers
      Niet: cliënten, begunstigden, beneficiaries
      Wel: deelnemers
      Niet: snelle hulp, crisisondersteuning
      Wel: Spoed
      Niet: team and player workflow development, procesontwerp
      Wel: Teams en werkwijzen
      Niet: ToC zonder uitleg
      Wel: verandertheorie
      Niet: werkplan, als je de aanpak bedoelt
      Wel: actietheorie
      Niet: impactmodel zonder uitleg
      Wel: impactraamwerk
      Niet: KPI, dat woord gebruiken we niet
      Wel: indicator
      Niet: effect, als je alleen telt wat je deed
      Wel: output
      Niet: bereik, als je bedoelt wat mensen ervan meenemen
      Wel: outtake
      Niet: doel, als je iets meetbaars bedoelt
      Wel: doelstelling
      Niet: resultaat, als je een uitkomst bedoelt
      Wel: uitkomst
      Niet: impact voor elke uitkomst
      Wel: effect
      Niet: attributie, als je het niet kunt aantonen
      Wel: bijdrage
      Niet: monitoring, als je één keer meet
      Wel: meting
      Niet: 0-meting, baseline (in een Nederlandse tekst)
      Wel: nulmeting
      Niet: monitoren, in een tekst voor deelnemers: zeg volgen
      Wel: monitoring
      Niet: afrekening
      Wel: evaluatie
      Niet: evalueren, als je samen betekenis geeft
      Wel: duiden
      Niet: feit, als het een schatting is
      Wel: schatting
      Niet: foutmarge zonder getal
      Wel: bandbreedte
      Niet: open data, als je ze niet mag hergebruiken
      Wel: publieke data
      Niet: openbaar, gratis te downloaden
      Wel: open data
      Niet: verhaal, als je het systeem bedoelt
      Wel: narratief
      Niet: content
      Wel: verhaal
      Niet: de klant zegt, de doelgroep vindt
      Wel: stem
      Niet: quote, testimonial
      Wel: citaat
      Niet: akkoord, vinkje
      Wel: toestemming
      Niet: openheid, als je alleen publiceert
      Wel: transparantie
      Niet: sociale economie, als je alleen sociale werkplaatsen bedoelt
      Wel: sociale en solidaire economie
      Niet: goed doel, als het een bedrijf is
      Wel: sociaal ondernemerschap
      Niet: bedrijf met aandeelhouders
      Wel: coöperatie
      Niet: gratis voor iedereen
      Wel: commons
      Niet: duurzaam, als je herstel bedoelt
      Wel: regeneratieve economie
      Niet: groeimodel
      Wel: donuteconomie
      Niet: welvaart, als je alleen geld bedoelt
      Wel: brede welvaart
      Niet: achterkamertjes, als het open gebeurt
      Wel: lobby
      Niet: advocacy (in een Nederlandse tekst), lobby (als het om mensen zonder eigen stem gaat)
      Wel: belangenbehartiging
      Niet: relschoppen
      Wel: activisme
      Niet: jip-en-janneketaal
      Wel: taalniveau B1
      Niet: pijler, pillar
      Wel: perspectief
      Niet: vraag een demo aan
      Wel: plan een gesprek
      Niet: ontzorgen, done for you
      Wel: samen met je
    • Huisregels 3 woorden
      Niet: u, uw
      Wel: je, jouw
      Je, niet u. Ook in offertes en rapporten.
      Niet: positieve of negatieve impact
      Wel: wat verandert, en voor wie
      Impact is verandering, geen oordeel. Schrijf wat er verandert, voor wie, en laat wie het raakt zeggen wat het betekent.
      Niet: wij
      Wel: we
      We, tenzij de nadruk echt op ons ligt.
    • Ambtelijke woorden en vaktaal 21 woorden
      Niet: bakje
      Wel: perspectief
      De vijf manieren waarop je impactmanagement gebruikt: Verkenning, Sturing, Verbetering, Betrekken en Verantwoording. Zonder rangorde.
      Niet: baanbrekend, uniek, holistisch
      Wel: laten zien, aantonen
      Grote woorden beloven wat cijfers moeten bewijzen.
      Niet: middels, door middel van
      Wel: met
      Ambtelijke woorden zetten afstand tussen jou en de lezer.
      Niet: implementeren, faciliteren
      Wel: invoeren, mogelijk maken
      Zeg wat er gebeurt, niet in welke fase het zit.
      Niet: zorgde voor
      Wel: droeg bij aan
      Een verandering heeft bijna altijd meer oorzaken. Zeg zorgde voor alleen als je dat kunt aantonen.
      Niet: de meeste, iedereen
      Wel: 212 van de 280
      Een hoeveelheid zonder getal is een belofte. De schrijftoets vraagt op elk niveau om het getal.
      Niet: teneinde
      Wel: om
      Niet: derhalve
      Wel: daarom
      Niet: inzake
      Wel: over
      Niet: alsmede
      Wel: en
      Niet: conform
      Wel: volgens
      Niet: ten behoeve van
      Wel: voor
      Niet: c.q.
      Wel: of
      Niet: d.m.v.
      Wel: met
      Niet: implementatie
      Wel: invoering
      Niet: optimaliseren
      Wel: verbeteren
      Niet: prioriteren
      Wel: kiezen wat eerst gaat
      Niet: valideren
      Wel: controleren
      Niet: integraal
      Wel: samenhangend
      Niet: integrale
      Wel: samenhangende
      Niet: adresseren
      Wel: aanpakken
    • Grote woorden 1 woord
      Niet: innovatief, revolutionair, naadloos, synergie, toonaangevend, ontzorgt, state-of-the-art, next level
      Wel: Zeg wat er verandert, en voor wie.
    • Versleten beelden 15 woorden
      Niet: onze reis, impactreis
      Wel: wat er gebeurde, stap voor stap
      Niet: navigeren
      Wel: kiezen, omgaan met
      Niet: ontsluiten
      Wel: beschikbaar maken, vrijmaken
      Niet: de diepte in duiken, deep dive
      Wel: bekijken, uitzoeken
      Niet: de kracht van
      Wel: wat het doet
      Niet: een snel veranderende wereld
      Wel: noem wat er verandert
      Niet: meer dan ooit
      Wel: zeg sinds wanneer
      Niet: stip op de horizon
      Wel: doel
      Niet: laaghangend fruit
      Wel: wat snel kan
      Niet: rimpeleffect, olievlekwerking
      Wel: noem wie er nog meer mee begon
      Niet: het landschap van, impactlandschap
      Wel: de partijen, het overzicht
      Niet: in het hart van
      Wel: in het midden van
      Niet: de sleutel tot
      Wel: een voorwaarde voor
      Niet: de krachten bundelen
      Wel: samenwerken
      Niet: ongekende tijden
      Wel: noem wat er gebeurde

    Wil je zien wat we maken? Kijk bij de trefwoorden. Naar de trefwoorden

    Voor machines en AI-assistenten staat dezelfde lijst ook als JSON. begrippen.json