Direct naar de inhoud
    Terug naar tools en inzichten

    Special · Longread

    De tussenruimte

    Tussen wat afloopt en wat nog moet beginnen, ligt een ruimte zonder vaste vorm. Wat die tussenruimte is, waarom organisaties haar zo snel willen vullen, en wat je er kunt leren.

    4 min leestijd

    Voor goede doelen en stichtingen, vermogensfondsen en 1 meerVerkenningVerbeteringHoort bij
    Voor
    Goede doelen en stichtingen, Vermogensfondsen, Netwerken en ecosysteembouwers
    Perspectief
    Verkenning, Verbetering
    Fase
    Strategie & scope, Interpretatie & evaluatie
    Trefwoorden
    Verandertheorie, Indicatorenset

    Een programma loopt af. De laatste rapportage is verstuurd, het bestuur heeft het verslag goedgekeurd en de deelnemers hebben afscheid genomen. Het nieuwe plan ligt bij een fonds, maar de toekenning is er nog niet. Het team komt nog elke dag. Alleen weet niemand precies waaraan het werkt.

    Wie lang genoeg in een organisatie werkt, kent zo’n periode. Het oude is voorbij, het nieuwe is er nog niet. In het Engels heet dat een liminal space, naar het Latijnse limen: drempel. We zeggen tussenruimte. Dit verhaal gaat over die ruimte, en over wat je ermee doet.

    Een drempel, geen gang

    Het woord komt uit de antropologie. In 1909 beschreef Arnold van Gennep hoe overgangsrituelen over de hele wereld dezelfde vorm hebben. Eerst maak je je los van wat je was. Dan sta je een tijd op de drempel. Daarna word je opgenomen in iets nieuws. Hij noemde die middelste fase de marge.

    Victor Turner werkte het idee in de jaren zestig verder uit. Mensen op de drempel zijn niet meer het een en nog niet het ander, schreef hij. De gewone regels gelden even niet. Dat maakt die tijd onzeker, maar ook vruchtbaar. Juist daar kan iets nieuws ontstaan.

    Betwixt and between.

    Een tussenruimte is dus geen gang die je zo snel mogelijk doorloopt. Het is een eigen plek, met eigen werk.

    Ook een organisatie staat op drempels

    William Bridges paste het idee in 1991 toe op organisaties. Een verandering is een besluit, schreef hij, maar een overgang gebeurt in mensen. Tussen het einde van het oude en het begin van het nieuwe ligt wat hij de neutrale zone noemde. Daar is het oude weg en het nieuwe nog niet echt.

    In impactwerk zie je die zone vaak. Een financier verandert van strategie, en je programma past er niet meer in. Twee stichtingen gaan samen. Je schrijft een nieuwe verandertheorie, maar de oude indicatoren lopen nog in elk systeem. Of een subsidie stopt, en de nieuwe aanvraag is nog niet beoordeeld.

    Niet meer, nog niet

    Op zo’n moment wil je de leegte zo snel mogelijk vullen. Met een nieuw plan, een nieuw dashboard, een nieuwe set cijfers. Dat is begrijpelijk. Een lege plek voelt als een fout, zeker in een sector die gewend is om alles te verantwoorden.

    Maar wie de tussenruimte te snel vult, neemt het oude vaak ongemerkt mee. Je kiest dezelfde indicatoren, omdat die al in het systeem staan. Je meet wat je altijd mat, omdat de rapportage eraan komt. Het nieuwe plan ziet er dan anders uit, maar het werkt hetzelfde.

    Architect Aldo van Eyck sprak in 1959 over het tussen: de plek tussen binnen en buiten, tussen huis en straat. Je moest die plek volgens hem niet wegpoetsen, maar vormgeven. Een drempel was voor hem een plek waar je even kunt staan. Voor een organisatie geldt hetzelfde.

    Wat je meet als er nog niets vastligt

    Wat doe je dan wel? Je hoeft niet te stoppen met meten. Je meet alleen iets anders. In de tussenruimte gaat het minder om resultaten en meer om wat je opmerkt.

    Een paar dingen helpen vaak, zoals deze.

    • Houd een logboek bij. Schrijf op wat je ziet, wat je verbaast en wat je niet meer begrijpt. Later is dat je beste bron.
    • Vraag deelnemers wat er voor hen verandert. Zij merken het vaak eerder dan het team.
    • Kijk welke oude indicatoren je echt mist. Die horen in het nieuwe plan, de rest mag weg.
    • Zet bij elk cijfer dat je nog rapporteert waar het vandaan komt, en voor welk plan het ooit bedoeld was.

    Zo groeit er in de tussenruimte iets nieuws, punt voor punt. Het is geen kopie van het oude web, maar ook geen los plan. Het hangt aan wat er al was, en het past bij wat je nu weet.

    Ruimte geven

    Een tussenruimte vraagt ook iets van wie geld geeft. Een fonds dat elke maand nieuwe cijfers vraagt, duwt een organisatie terug naar het oude. Een fonds dat ruimhartig financiert, geeft tijd om te leren. Dat kan klein beginnen. Met een rapportage die mag zeggen dat iets nog niet duidelijk is, of met een gesprek in plaats van een formulier.

    Ook een netwerk kan helpen. Wie in een overgang zit, heeft veel aan anderen die er net doorheen zijn. Een bijeenkomst van leden die allemaal op een drempel staan, levert soms meer op dan een nieuw handboek.

    De tussenruimte gaat altijd voorbij. Het web groeit weer dicht. De vraag is alleen wat erin groeit: het oude patroon, of iets wat je onderweg hebt geleerd.

    Bronnen bij dit verhaal

    Waar de begrippen en het onderzoek in dit verhaal vandaan komen.

    Lees verder

    Wil je weten waar jouw organisatie in dit verhaal staat? Dan praten we graag met je.